|
Joris Iven (°1954) publiceerde samen met H. Ter-Nedden een essaybundel over Latijns-Amerikaanse literatuur, Uit de bek van de hel (1980). In 1981 verschenen poëzievertalingen van Nâzim Hikmet, Turkse gedichten, en van Tahar Ben Jelloun, De amandelbomen zijn aan hun verwondingen bezweken. In 2003 verscheen een meer uitgebreide vertaling De mooiste van Hikmet, in 2006 de vertaling van de Indiase dichteres Sujata Bhatt, Naaktzwemmen in de geschiedenis, in 2008 de vertaling van de Amerikaanse dichter Charles Simic, Hotel Slapeloosheid en in 2009 de vertaling van de Zuid-Afrikaanse Zulu dichter Mazisi Kunene, De Voorvaderen en de Heilige Berg, Zulu gedichten. Hij publiceerde zeven dichtbundels, o.a.: Galerie De Taxus (1987), Egyptisch zwart (1993), Perkament/Testament (2001), Alles bij elkaar (2005), Ninglinspo (2009), Sluiter/Sluier (2009). In 2010 verscheen bij Demer Uitgeverij Minneliederen, Hendrik van Veldeke, hertaald door Joris Iven. Met gedichten droeg hij bij aan diverse bloemlezingen (groepsbundels) die bij Demer Uitgeverij / Demer Press verschenen.
Parchment/Testament (2001), Sluiter/Sluier (2009). De kalligrafie van de schreeuw, Marokkaanse dichters en schrijvers - verscheen in 2011, een samenwerkingsproject met Theo Dirix.
|